Tekst:  A   A+ A++

Industrie en oorlog

De lade openen/sluiten

Belangrijke industriële bedrijven in Zuidnedersaksen die buitenlandse civiele dwangarbeiders inzetten waren o.m.:

(Om hem groter te maken met de muisaanwijzer over de kaart gaan)

Grafik Industriestandorte
'

Legende: firmanaam / minimumaantal dwangarbeiders / plaatsnaam
Grafisch ontwerp: Kerstin E. Pieper

 

Zuidnedersaksen was aan het begin van de NS-heerschappij overwegend door landbouw en bosbouw gevormd. Er waren alleen maar weinige onbeduidende industriële centra. Zelfs in het grootste bedrijf in de grootste stad van Zuidnedersaksen, de herstellingswerkplaats van de Duitse Rijksspoorwegen in Göttingen, heersten alleen maar ten dele industriële arbeidsvoorwaarden, bovendien behoorde deze om op de keper beschouwd bij de verkeerssector.

Het maakte een essentieel bestanddeel van de NS-politiek uit aan een kolossale bewapening te doen. Daarvoor werd de gehele Duitse economie aan de doeleinden van de “militaire economie” (Wehrwirtschaft) ondergeschikt gemaakt. Dit bracht de sterking van alle bedrijven die konden helpen de bewapenings-economische doelen te bereiken net zo met zich mee als een verplaatsing van bedrijven en bedrijfsdelen maar ook de gedwongen sluiting van ondernemingen die niet van vitaal belang voor de oorlogvoering waren. Met dit op achtergrond werd ook in Zuidnedersaksen de industriële sector van grotere betekenis dan voor die tijd.

Weldra heerste in de industriële bedrijven een tekort aan arbeidskrachten, vooral vakarbeiders ontbraken. Tegelijk groeide de druk op de resterende arbeidskrachten enorm: hoog werktempo, uitbreding van de werktijden en overuren, veel werkongevallen, politieke en economische controle tot aan open terreur in het bedrijf kenmerkten deze ontwikkeling. Ideologisch ongewenste arbeidskrachten werden de industriële bedrijven in gedwongen: inheemse vrouwen en buitenlandse dwangarbeiders, daarbij krijgsgevangenen, gedetineerden uit concentratiekampen en gevangenissen. Allen moesten voor de Duitse oorlogsindustrie werken. Zonder de inzet van dwangarbeiders zou de Duitse industrie ingestort zijn. Met hun werk ondersteunden ze onvrijwillig de aanhoudende bezetting en verwoesting van hun vaderlanden en verlengten ze de tijd van hun eigen onvrijheid.

Voor de buitenlandse dwangarbeiders hield het werk in de industrie in vergelijking met de veldarbeid ook bepaalde voordelen in: Werden lonen überhaupt uitbetaald dan lagen ze hier aanzienlijk hoger, en dat met weliswaar lange maar begrensde werktijden. De inzet in de steden kon de isolatie tegenwerken.