Tekst:  A   A+ A++

Die Schickert-Werke Rhumspringe

Een van de  – met het oog op de dwangarbeid - meest belangrijke Zuidnedersaksische bedrijven nam nooit de productie op: De Schickert-Werke in Rhumspringe. Hier moest brandstof voor de Duitse straal- en raketvliegtuigen en de V1- en V2-raketten geproduceerd worden. Sinds october  1942 werkte er een groot aantal aannemersbedrijven onder leiding van de Hochtief AG aan mee de fabriek in grote haast te bouwen. Op z'n minst 1.760 mannen en vrouwen uit het buitenland werkten voor deze firma's. Tijdelijk vormden de buitenlandse arbeidskrachten – onder hen ook vrijwilligers – 80% van het totale personeel.

Twee grote barakkenkampen op het fabrieksterrein in Rhumspringe en in de naburige plaats Hilkerode dienden als kwartier voor het grootste deel van de buitenlandse tewerkgestelden. Hier ontbrak het vaak aan elementaire hygiënische voorzieningen of ze mochten vanwege het opsluiten 's avonds niet worden gebruikt. Een en dezelfde emmer moest achtereenvolgens dranken of soep, water om te dweilen of water voor het uitkoken van kledingstukken die van luizen waren aangetast opnemen. De medische verzorging was een farce; in het kamp Hilkerode bestond deze uit een vertrek met niets meer daarin dan een tafel en twee stoelen.

Dit was des te erger omdat op de grote bouwplaats vreselijke toestanden heersten. Het werktempo was pijlsnel en het werk erg zwaar. Er waren veel ongelukken waaronder enkle dodelijke. Geüniformeerde bedrijfspolitiemannen en de Gestapo regeerden hier en mishandelden in het bijzonder dwangarbeiders uit Oosteuropa en Italië.

Toen de 14 jaar oude Czesław T. uit Polen naar Rhumspringe kwam, leerde hij de dagelijkse chicane en willekeur van het strafsysteem in het kamp kennen: Een SS-bewaker diende de Poolse dwangarbeiders tijdens zijn nachtelijke ronden door de barakken klappen met een metalen staaf toe. Onder steeds nieuwe voorwendsels sloeg hij de slapende mannen, bij voorbeeld omdat ze vuile voeten hadden hoewel er noch tapijten noch wasgelegenheden waren. Czesław kon aan de straf ontkomen doordat hij 's avonds water in zijn mond nam om daarmee in bed zijn voeten schoon te maken.

De lade openen/sluiten

De arbeidskaart van Czeslaw T. uit Polen. De 14-jarige Czeslaw werd om 3 uur ‘s morgens door soldaten uit zijn bed gerukt en uit zijn ouderlijk huis in Skrzyszów (in de buurt van Tarnóv)ontvoerd. Toen zijn vader poogde dit te verhinderen, sloegen de soldaten met de kolf van een geweer op zijn hoofd. Aan de gevolgen van deze mishandeling overleed hij.

Czeslaw werd samen met vele andere jongens en mannen uit zijn dorp naar Kraków (Krakau) getransporteerd. In het doorgangskamp daar werd hij gedesinfecteerd, met een “P”-kenteken gemarkeerd en daarna gefotografeerd. Deze foto kwam op de arbeidskaart. Op zoek naar haar zoon reisde Czeslaws moeder naar Kraków (Krakau). Vanuit het raam zag Czeslaw zijn moeder beneden op straat en holde de trap af. Toen hij de laatste trede bereikte, zette een man hem een been en Czeslaw viel met het hoofd vooruit neer en verwondde zich. De moeder wist daar niets van en zag haar zoon niet.

Enige tijd later werd Czeslaw samen met vele anderen in veewagens naar Berlijn gedeporteerd. Omdat er alleen maar twee kleine openingen helemaal boven in de wagon waren, tilden de andere mannen hem op, opdat hij een luchtje kon scheppen. Vanuit Berlijn leidde de deportatie met bussen direct naar Rhumspringe. Tot zijn bevrijding verrichtte Czeslaw daar dwangarbeid bij de Schickert-Werke.

Pas in de zomer van 1972 zag Czeslaw zijn moeder terug; pas nu hoorde hij over de dood van zijn vader.

Bron: Czesław T./ Geschichtswerkstätten Duderstadt und Göttingen e.V.

 

Alle dwangarbeiders, ook die uit Westeuropa, leden honger. Officieel stierven van de in Rhumspringe ingezette dwangarbeiders alleen al 23 uit Oosteuropa en 51 uit Italië.

Voordat de fabriek in mei 1945 de productie kon opnemen werd deze door Amerikaanse troepen  bezet. Bij een later legendarische twee dagen durende actie vernielden de dwangarbeiders als in een roes grote delen van de fabrieksinrichting.

Frits Winkelmolen – Bij de Otto-Schickert-Werke

Midden oktober 1944 komt Frits met een kleine 70 man van zijn groep in Bad Lauterberg aan. Een chemiefabriek van de Otto Schickert Werke. Wát ze daar maken, daar komt hij pas na de oorlog achter.

De Duitsers hebben handleidingen aan de machines gehangen, een stukje uitleg in het Nederlands zodat Frits en de anderen aan de hand van die tekst en de handelingen van de arbeiders leren wat de bedoeling is. Ze moeten later exact hetzelfde werk in de nieuwe fabriek in Rhumspringe gaan uitvoeren.

Wekenlang kijken ze daar voornamelijk toe. Russen, Italianen, Polen en soms ook Belgen doen het werk. Frits kijkt toe hoe de centrifuges gevuld worden, de melkachtige vloeistof gekookt, de ketels schoongemaakt worden en het feitelijke eindproduct, een soort witgrijs poeder, verzameld wordt. Frits zelf staat samen met een Russische dwangarbeider bij de opvang van het poeder, waar de Rus voorzichtig probeerd de boel te saboteren door poeder van een slechte kwaliteit te leveren, een kunstje dat bijna ontdekt wordt.

Velen van de groep kunnen de lucht in de productiehallen niet aan, de vloeistof en het poeder irriteerden de huid, de chemische substantie dringt zelfs door de hun verstrekte rubber werkpakken door. Ook Frits geeft dat aan en wordt net als vele andere Limburgers verplaatst naar ander werk buiten de eigenlijke hallen, heeft er vervolgens een tamelijk onbekommerde tijd. Hij werkt er samen met een vriend uit Helden in de nauwelijks bewaakte aanvoerhal, rust er veel uit tussen de opgeslagen zakken met materiaal. Beiden komen eigenlijk enkel maar in actie op het moment dat de productielijn om aanvoer vraagt, een aanvoer die vanwege het naderende front steeds meer stagneert.

Medio januari 1945 houdt de aanvoet definitief op en worden de Limburgers terug verplaatst naar het kamp in Hilkerode.


Bron:
Geschichtswerkstatt Duderstadt e.V. / Bearbeitung: Kerstin E. Pieper


Bron:
Nachlass Guiseppe Chiampo, Padova


Bron:
Czesław T./ Geschichtswerkstätten Duderstadt und Göttingen e.V.


Bron:
H.J. van Melick, Neer


Bron:
H.J. van Melick, Neer


Bron:
L. Winkelmolen-Schreurs, Neer


Bron:
Privatsammlung Hans-Heinrich Hillegeist, Göttingen